Vonkspoor week 1, de hele methode als een set van drie boeken, opengeslagen. Eerst het Leesboek (groen) om te verkennen, dan het Uitlegboek (blauw) om te begrijpen, en de Oefeningen (oranje) om te oefenen. Bij elk nieuw boek kom je eerst een gekleurde cover tegen. Niets is ingekort; dit zijn de volledige boeken achter elkaar.
Sem krijgt een pakje van zijn opa. Wat zou erin zitten? Een warm verhaal over een klein houten paard dat van opa naar kleinkind gaat, en dat een geheim bewaart.
Hele jaargang in huis? Kijk op vonkspoor.nl

1
Sem krijgt een pakje van zijn opa. Wat zou erin zitten? Lees het verhaal maar eens rustig.
Sem rent door de gang. In zijn hand houdt hij een brief. De brief is van opa! Opa schrijft dat er een pakje komt. Sem leest het woord nog een keer: een pakje, echt waar.
De hele avond kan Sem aan niets anders denken. Wat zou er in zitten? Een bal? Een doos met snoep? Hij gaat naar bed, maar hij slaapt bijna niet.
De volgende dag staat er een grote doos op de mat. Sem maakt de doos open. Boven op ligt een kleine roos van papier. Daaronder zit nog iets.
Het is een paard van hout! Een mooi bruin paard met een zwarte neus.
Maar wacht. Onder het paard ligt nog een brief. "Lieve Sem," leest hij. "Dit paard was van mij toen ik klein was. Pas er goed op."
4
5
Sem zet het paard op zijn kast, naast zijn tent van Lego. Hij is zo blij. Dan kijkt hij uit het raam. Buiten loopt zijn vriend Tom met zijn hond. Sem rent naar buiten en laat het paard zien.
"Wat een mooi paard," zegt Tom. "Komt het uit een ver land?" "Nee," lacht Sem. "Het komt van mijn opa. En het is al heel oud."
Die avond schrijft Sem zelf een brief terug. "Lieve opa, dank je wel. Het paard staat veilig op mijn kast."
7
De volgende ochtend pakt Sem het paard weer van de kast. Hij voelt aan de pootjes en aan de korte staart. Het hout is glad, omdat heel veel handen het paard hebben vastgehouden.
Aan de telefoon vertelt opa het hele verhaal. "Dat paard is een erfstuk," zegt opa. Een erfstuk is iets ouds dat je doorgeeft, van opa naar vader, en van vader naar kind. "Mijn eigen opa heeft het paard gemaakt, met zijn handen en een mes. Toen waren er nog geen winkels vol speelgoed."
9
Sem luistert met grote ogen. Vroeger was speelgoed van hout kostbaar, omdat je er lang aan moest werken. Je kreeg niet zomaar een nieuw paard. Je paste er goed op, en daarna gaf je het door.
"Hoe oud is het dan?" vraagt Sem zacht. "Tel maar," lacht opa. "Het is bijna honderd jaar oud. Het heeft een wereldreis door de tijd gemaakt, terwijl het gewoon op een kast stond."
Sem kijkt naar de zwarte neus en de oude krassen. Elke kras is een verhaal, denkt hij. En nu hoort het paard bij mij.
Die middag pakt Sem de grote doos er nog een keer bij, omdat hij het papier wil bewaren. Hij haalt het papier eruit, en dan voelt zijn hand iets hards op de bodem. Onderin zit een klein zakje van stof, dichtgebonden met een touwtje.
Voorzichtig maakt Sem het zakje open. Er rolt een tweede paardje uit, nog kleiner dan het eerste. Het is niet af. Het mist een been, en de neus is nog maar net begonnen.
Op het zakje staat met potlood een briefje: "Dit paardje was ik aan het maken voor jou, Sem. Maar mijn handen zijn oud geworden, en het lukte niet meer. Misschien maak jij het samen met je vader af?"
Sem houdt zijn adem in. Opa wilde zelf een paard voor hem snijden, net zoals zijn eigen opa dat lang geleden deed. Het is alsof het verhaal van het hout gewoon doorgaat, van hand tot hand, alleen is Sem nu aan de beurt.
Die avond zit Sem aan de keukentafel, terwijl zijn vader met een vijltje het houten been bijschaaft. Het ruikt naar hout en lijm. Het gaat langzaam, omdat je niet mag haasten met iets kostbaars.
"Als het af is, geef ik het later door aan mijn eigen kind," zegt Sem. Zijn vader glimlacht. "Dan staan er straks twee oude paarden op een kast. En allebei zitten ze vol verhalen."
13
Het pakje van opa · Langermaakwoord, week 1
Dit leesboekje is gemaakt voor groep 4, met aandacht voor kinderen die meer aankunnen. Iedereen leest het verhaal; wie wil, leest verder.
In het verhaal kwam het woord hond voorbij. Zeg het maar hardop. Aan het eind hoor je een t: het klinkt als hont. Toch schrijf je het met een d. Raar hè?
Dat komt doordat sommige letters aan het eind van een woord precies hetzelfde klinken. Een d klinkt daar als een t. Dat gebeurt ook met f en v, en met s en z. Je oren horen het verschil niet, maar voor goed schrijven maakt het wél uit.
Gelukkig is er een trucje. Je maakt het woord langer. Dan komt de letter in het midden te staan, en daar hoor je hem ineens wel goed. Zo'n langer woord noemen we een langermaakwoord.
Maak hond langer. Wat hoor je aan het eind?
Nog een keer, met paard uit het verhaal. Maak het langer en luister.
Twijfel je over de laatste letter? Maak het woord langer en luister. In het langere woord hoor je de letter goed.
De truc werkt ook bij andere letters. Maar soms gebeurt er iets geks. Bij neus bijvoorbeeld. Maak het langer: neuzen. Nu hoor je een z!
Toch schrijf je neus, niet neuz. Want een z mag niet aan het eind van een woord staan. Aan het eind valt je stem weg, en dan wordt een z vanzelf een s.
Net zo gaat het met de v en de f. Je hoort in brieven een v, maar brief schrijf je met een f.
Hoor je in het langere woord een z? Aan het eind schrijf je dan een s. Hoor je een v? Aan het eind schrijf je dan een f.
Leg twee vingers op je keel. Zeg een lange zzzz, dan een lange ssss.
Bij de z kriebelt het, je stem doet mee. Bij de s niet. Aan het eind van een woord valt je stem weg. Daarom hoor je daar een s.
Niet elke s is een verstopte z. Maak het langer en luister echt.